|
»
Binnen de grootschalige massa van scholen ontbreekt het aan
herkenbaarheid bij de deelnemers aan het onderwijs. Ook in het
basisonderwijs zou het streven gericht moeten zijn op kleinschaligheid:
het kind verdient een omgeving waarbinnen het duidelijk herkenbaar is en
voldoende individuele aandacht krijgt.
» Bij de verbetering van de kwaliteit van het basisonderwijs lijkt de
aandacht nogal eenzijdig gericht op de 'klassenverkleining'. Dit is mede
oorzaak van het tekort aan groepsleerkrachten. Jaarlijks worden enkele
honderden miljoenen euro's die bedoeld zijn om de achterstand van
leerlingen weg te werken, op deze manier onvoldoende gericht en daarmee
onvoldoende effectief gebruikt.
» Voor de leerlingen met een voorschoolse achterstand kan een forse
investering in voorschoolse educatie snel vruchten afwerpen, zowel in
sociaal-pedagogisch als materieel opzicht. Dit zou al op korte termijn
een besparing op extra personele inzet kunnen opleveren en daarmee ook
een bijdrage leveren aan de verkleining van het lerarentekort.
» Docenten moeten voortdurend ondersteuning krijgen om baanvaardig te
blijven, zodat ze adequaat kunnen omgaan met de verscheidenheid en
optimaal kunnen aansluiten bij de al aanwezige kwaliteiten van de
leerlingen.
» De vele leraren die nu in de WAO zitten of met pensioen zijn, moeten
parttime leerkracht kunnen worden of voor speciale opdrachten ingezet
kunnen worden.
» De eenzijdige nadruk op de cognitieve aspecten benadeelt al die
kinderen die van huis uit of door een handicap onvoldoende taalvaardig
zijn. Er moet gezocht worden naar andere vormen van beoordeling die
'elders verworven competenties' tot hun recht doen komen.
» De overheid moet investeren in multimediale leermiddelen die de
belangrijkste inzichten en kennis beter bereikbaar maken, waardoor taal
niet een onnodige belemmering is om tot kennisverwerving te komen.
» DN vindt het niet verantwoord om kinderen al op 14-jarige leeftijd te
laten kiezen voor een vakkenpakket of richting die de latere studiekeuze
definitief bepaalt. Wat betreft de inrichting van het voorgezet
onderwijs zou Nederland zich meer moeten oriėnteren op modellen die
binnen Europa in gebruik zijn. Het onderwijs in de moderne vreemde talen
zou een grotere plaats moeten gaan innemen, in samenhang met een
algemene tendens van meertalige leerlingen, mede in verband met een
grotere mobiliteit binnen Europa. Meer scholen voor voortgezet onderwijs
zouden 'nieuwe schooltalen' (bijvoorbeeld Spaans, Arabisch, Turks)
moeten aanbieden, ook als examenvak naast de traditionele vreemde talen
(Engels, Frans, Duits).
» In het voortgezet onderwijs moet veel aandacht worden besteed aan de
gevolgen van alcoholgebruik, drugsgebruik en roken.
» Bij de voorlichting over gezondheid dienen de toename van het aantal
abortussen bij jonge meisjes en de toename van seksueel overdraagbare
aandoeningen ook aandachtspunten te zijn.
» In alle groepen van het basisonderwijs moeten leerlingen met een
niet-Nederlandse achtergrond - binnen getalsmatige grenzen - lessen in
de eigen taal kunnen volgen, bijvoorbeeld binnen een 'verlengde
schooldag'. Daarnaast zou - eveneens binnen getalsmatige grenzen - de
thuistaal van allochtone leerlingen zonodig ingezet moeten worden om
leerlingen te ondersteunen bij het bereiken van alle overige doelen van
het basisonderwijs.
» Aan ouders van niet-Nederlandse afkomst moet voorlichting gegeven
worden over de positie van hun kinderen in de Nederlandse maatschappij.
Ten behoeve van de integratie en hun kansen in het onderwijs en op de
arbeidsmarkt is het belangrijk dat in Nederland geboren kinderen ook
volledig in de Nederlandse samenleving opgroeien - en niet voor een
aantal jaren daarbuiten
kies voor balans tussen mens en milieu - stem
DUURZAAM NEDERLAND |